Schrijfvormen – P-Q

#Pantoum uit Maleisië
Een gedicht dat uit kwatrijnen bestaat: vier regels met vaak ‘ABAB’ als rijmschema.
Rijm is echter niet noodzakelijk, het gebruik van vrij korte zinnen (soms maar 8 tot 10 lettergrepen) is wel belangrijk.
Het mengen van regels uit het eerste deel met regels uit het voorlaatste deel heeft in de slotparagraaf vaak een mooi verrassingseffect.
regel 1 / regel 2 / regel 3 / regel 4
regel 2 / regel 5 / regel 4 / regel 6
regel 5 / regel 7 / regel 6 / regel 8
regel 7 / regel 1 / regel 8 / regel 3
Bron: Het creatieve dagboek van Sarah Timmermans

#Pantoem – zestien regels
regel 5 = regel 2
regel 7 = regel 4
regel 9 = regel 6
regel 11 = regel 8
regel 13 = regel 10
regel 15 = regel 12
regel 16 = regel 1

#KortPantoum – met zestien regels
Een kort pantoum telt ook 16 regels, waarbij een aantal regels worden herhaald. Deze korte versie van het pantoum (#LangPantoum) dat uit Frankrijk afkomstig is, is m.i. uiterst geschikt om een afbeelding, collage, tekening of schilderij (verder ‘beeld’ genoemd) te ‘lezen’ en biedt een verrassing wanneer je regel 1 pas invult na regel 16.

Regel 1 = regel 16
Regel 2: ik zie …
Regel 3: centraal staat …
Regel 4: wat valt er op?
Regel 5 = regel 2
Regel 6: welke indruk, welk gevoel roept dit beeld op?
Regel 7 = regel 4
Regel 8: wat ontbreekt, klopt niet of is in tegenspraak?
Regel 9 = regel 6
Regel 10: een vraag die opkomt bij dit beeld …
Regel 11 = regel 8
Regel 12: wat raakt er mij?
Regel 13: wat raakt mij nog meer?
Regel 14 = regel 10
Regel 15 = regel 2
Regel 16: TITEL

#Lang pantoum – wintig regels
Een pantoum is een uit Frankrijk afkomstige versvorm van 20 regels, waarbij een aantal regels worden herhaald. Met dit schema kun je in korte tijd zelf een gedicht schrijven, waarbij de essentie van het moment of dat wat er werkelijk in je omgaat, voor je ogen verschijnt. Vaak werkt het verrassend verhelderend, omdat onbewuste gevoelens en gedachten aan de oppervlakte komen. Prachtige volzinnen hoef je dus niet te produceren en talent voor rijmen is ook niet nodig.
Waar het om gaat is dat je het eerste schrijft wat in je opkomt, zonder jezelf te corrigeren, zonder censuur. Dit gaat het makkelijkst als een ander jou het schema voorleest, zodat je zo spontaan mogelijk kunt reageren. Maar in je eentje kan het ook. Voor de pantoum kies je een kernwoord, het thema van je gedicht, iets wat je op dat moment bezighoudt.

Regel 1: Ik …. (maak een zin die met ‘ik’ begint en waarin je het kernwoord noemt)
Regel 2: Ik …. (beschrijf waar je bent)
Regel 3: Ik …. (beschrijf wat je ziet)
Regel 4: (beschrijf wat er gebeurt in connectie met je kernwoord)
Regel 5 = regel 2
Regel 6: is een gevoelsreactie op regel 2: wat doet het met je?
Regel 7 = regel 4
Regel 8: is jouw reactie op regel 7
Regel 9 =regel 6
Regel 10: wat beleef je daarbij?
Regel 11 = regel 8
Regel 12: hoe is dat?
Regel 13 = regel 10
Regel 14: hoe voelt dat?
Regel 15 = regel 12
Regel 16: wat is je reactie daarop?
Regel 17 = regel 14
Regel 18 = regel 3
Regel 19 = regel 16
Regel 20 = regel 1
Bron: hvo.nl